Schapen spreekwoorden

Er zijn veel spreekwoorden die betrekking hebben op schapen. Iedereen kent er wel een paar, bijvoorbeeld:
· Er gaan veel makke schapen in een hok.
· Hij heeft zijn schaapjes op het droge.
· Hij is zo mak als een lammetje.
Misschien is dit wel de bekendste:
· Als er één schaap over de dam is, dan volgen er meer.

Belhamel
Er zijn ook enkele spreekwoorden, gezegdes en namen, waarvan veel mensen niet weten dat deze uit de schapenwereld komen. Neem nu het woord “Belhamel”. Onze nationale dichter Vondel heeft rond 1600 gedichten geschreven over de “Belhamel”.
Een hamel is een mannetjesschaap, het is een ram. Een ehhh, hoe zal ik het zeggen? Een ram die geholpen is. Een hamel is de enige ram die het hele jaar bij de kudde kan en mag lopen.

Een hamel kan niets meer, dus de dames (ooien) denken: “La maar lopen joh, hij kan toch niets meer, dus hij valt ons ook niet lastig…”

De hamel op zijn beurt denkt: “Zo, dat heb ik toch maar mooi voor elkaar, al mijn broertjes en neefjes zijn na 5 maanden afgevoerd naar de “kinderboerderij”, omdat zij allemaal last kregen van “opspelende hormonen”. Want dan ontstaat er gedonder in de kudde, dus alle jongens (de rammetjes) moeten afgevoerd worden… Ik ben de enige MAN en ik loop hier mooi met 300 dames! Ik ben de macho, ik ben de koning!”

In vroegere tijden was er geen prikkeldraad, er waren geen hekken en er waren al helemaal geen flexnetten met accu’s.
De kudde liep maar ergens. En de herder was vaak zijn kudde kwijt. Het was in het jaar 412 na Chr. dat een zekere herder met de naam Jacobus Keutel het zo ontzettend zat was om elke morgen maar weer op zoek te gaan naar zijn kudde, dat deze Jacobus besloot om de leider van de kudde te voorzien van een grote bel om zijn nek.

De leider van de kudde was dan in ieder geval op kilometers afstand te horen, want die grote bel maakte veel geluid. In die tijd was het overal stil, het enige wat de herder hoorde was ruisende rietkragen, de roep van de kievit, het gekwaak van een eend en… de bel van de hamel. De leider van de kudde liep (en loopt) voorop, de kudde volgt. Als men de leider, vaak een hamel met een bel, hoorde, dan wist men: “Daar moet dan ook de kudde zijn”.

De Hamel met de bel… de Belhamel!

Rammen!
Nog een wat minder bekend spreekwoord: “Ze rammen er op los!”.

Af en toe hebben de ooien van mijn kudde een meningsverschil. Ach, waar gaat het dan om? Vaak is het iets onbenulligs, zoiets als: “Dat plekje gras is van mij, ik was er het eerst om te eten, jij moet weg” of  “Wat heb jij een rare jas (vacht) aan, het staat je niet” of  “Jouw kind heeft geen manieren, het poept gewoon op het fietspad!”
Enfin, de dames zijn beledigd en stoten dan de koppen tegen elkaar. “Ze rammen er op los”. Toch raar, want er is geen ram te zien. Het echte “er op los rammen” gebeurt eigenlijk alleen bij de mannen, de rammen. En de boeren proberen dit eigenlijk altijd voor te zijn.
Ik heb er nog nooit mee te maken gehad, want ik loop altijd met een grote kudde. 
Zoals ik schref: in de zomer worden de rammetjes weggehaald bij de kudde. Er blijven alleen ooien over. In het najaar komen de rammen weer bij de kudde (de schapen noemen dat: De dag van het schaap!). Bij ons zijn dat er twee of drie. Deze rammen zorgen dan voor het voortbestaan van de kudde. Ze blijven dan enkele weken. En zo plannen we de geboortes van de nieuwe lammetjes keurig vlak vóór Pasen. De draagtijd van een ooi is 5 maanden min vijf dagen.

De dekrammen hebben ergens achter een boerderij op een verlaten veldje 10 maanden “droog” gestaan. Zodra de dekrammen bij de kudde gezet worden, hebben ze maar aan één ding te voldoen en dat is zorgen voor het nageslacht. Ik hoef dan niets uit te leggen aan de schapen………, de natuur doet zijn werk…… en de rammen lopen elkaar ook niet in de weg. Er is een overvloed aan appetijtelijke dames. Keuze genoeg.

En de dames? Ach… de dames zijn ook blij, zijn smachten naar een nieuw moederschap. Maar o wee, als de kudde kleiner is, veel kleiner is. Ik heb het zelf nooit meegemaakt maar ik heb mij wel laten informeren door de boeren in dit gebied. Als het een kleine kudde betreft en de rammen ervaren dat er eigenlijk te weinig dames voor twee of drie rammen zijn, dan zien ze elkaar als echte concurrenten. Ze vechten elkaar de tent uit. Ze nemen dan alle twee een behoorlijke aanloop en knallen (rammen) met de koppen tegen elkaar, tot… de dood volgt.
Het is menig maal gebeurd dat de boer de volgende ochtend op het land komt en dat hij dan een dode ram treft. Doodgevochten… en het vreemde is dat bijna altijd de kleinste ram het overleeft, volgens zeggen. De kleinste ram zorgt op het laatste moment van zijn “stormram” dat hij ónder de grotere ram duikt. Hierdoor raakt de grootste ram enkel de lucht en de kleinere ram raakt (ramt) de keel en borstkas van de grotere ram.

Op leven en …
Het is een luguber verhaal. Sommige bloglezers vinden dat ik eigenlijk niet over “de dood” moet schrijven (zie hier). Enkel over dartelende lammetjes en boterbloempjes… Maar het is de realiteit, het is de natuur…

Zo zijn er dagelijks in het prachtige Midden-Delfland zaken, waar ik als herder aan blootgesteld word, zaken die spelen op leven en dood… Het is emotioneel, schrijnend, maar het is de realiteit:
· De zwaluw maakt een duikvlucht over de ruggen van de schapen, om insecten te vangen en te verorberen.
· De buizerd stort naar beneden en vangt een muis en vreet dat lieve muisje met huid en haar op.
· De reiger staat roerloos in het ondiepe water te wachten, te wachten… en slaat dan meedogenloos toe, het kikkertje spartelt nog even na en verdwijnt dan in de lange hals.
· De boeren proberen rekening te houden met de nesten van weidevogels, maar Reinaert, de sluwe vos? Hij heeft daar geen boodschap aan… In de nachtelijke uren slaat hij toe en weet een kievitsnest te vinden met alle rampzalige gevolgen van dien.
· Zelfs een loslopende kip heeft geen enkel ontzag voor een worm die zich meldt aan de oppervlakte van het maaiveld.

Volgende keer misschien toch maar een leuker verhaaltje maken….
Zo komt trouwens het gezegde: “Iemand een veeg geven” ook uit de schapenwereld…
Toch maar eerst even aan de blogmaster vragen wat de minimum leeftijd is van de blog-lezende kinderen…

foto: Jeannemieke Hectors