De oplossing van de vreemde schapenziekte

Een gevaarlijke ziekte sloeg toe in de schaapskudde van Vockestaert. Na bestudering van de foto van Coen hebben we kunnen constateren dat de kudde is aangetast door arctium. Er zijn twee soorten, de arctium lappa en de arctium minus.

Beide zijn niet giftig en ook niet schadelijk, maar wel vervelend want “de ziekte” is moeilijk te verwijderen, zeker bij schapen. Arctium wordt in de volksmond ook wel “klitten of klissen” genoemd. Doordat de klitten snel aan de schapenvachten hechten, zorgen de schapen er voor dat deze plant op diverse andere plaatsen gaat groeien. Naast een begrazingsfunctie heeft een gescheperde kudde (kudde die door het land trekt) dus ook een ecologische functie. De kudde zorgt voor een grotere diversiteit aan plantengroei.
Dank u wel voor de vele reacties! Onder de goede inzendingen is door loting Rina Visser toegewezen als winnares. De prijs is: een ochtend mee op stap met de herder en de kudde. Mevrouw Visser namens Vockestaert van harte gefeliciteerd. U kunt uw prijs verzilveren via info@lexthoen.nl
Wist u dat: klitten/klissen in Engeland Beggards Buttons (bedelaarsknoppen) genoemd worden?

Het Zikavirus?

Het schoolreisje met de kudde naar Kijkduin is uiteindelijk goed verlopen. De dames hebben een twee uur lang op de trappen bij de Pokémonpaal van Kijkduin gezeten. Zij hebben in een flits “Misty” en even later ook nog “Groudor” (Pokémonfiguurtjes) voorbij zien komen maar uiteindelijk onder zachte dwang van Kita en Spyk zijn ze teruggelopen naar de polders van Midden Delfland. Het was een heel avontuur maar gelukkig… nu is de rust teruggekeerd.

Heet
Afgelopen dinsdag heb ik weer een heerlijke dag gehad in de polders. Ik had een leuk stel bij mij die voor de rust een dagje mee wilde lopen. Prima. Maar het was deze dinsdag tropisch heet. Ik kon het goed merken aan de dieren. Het was eigenlijk te warm voor de dieren om een lange tocht te maken. We hebben daarom ook maar veel schaduw van de bomen langs de nieuwbouwwijk in Schiedam opgezocht.

Vooral Billy (obesitas-schaap) had het te kwaad. Ik zag wel dat er verschillende dieren op hun knieen lagen om het gras te eten. Op zich is dit geen natuurlijk gedrag. Schapen eten staand en als ze gaan herkauwen doen ze dat of staand of liggend, maar knielend dat zie zie je zelden.

Ik heb het vreemde gedrag wel opgemerkt maar wijtte dit aan de extreme hoge temperaturen en heb er verder niets meegedaan.
Achteraf! Had ik maar eerder aan de bel getrokken! Dat verwijt ik mij zelf nu wel.

In de namiddag zet ik de dieren in de nachtwei, zodat ze de schaduw van de verschillende aanwezige bomen kunnen opzoeken. Ik ga opgetogen en dankbaar naar huis voor deze mooie dag in de polders van Midden-Delfland.

Afzetting?
Twee dagen later (donderdag) krijg ik een telefoontje van een bewoner uit de nieuwbouwwijk van Schiedam. Deze wijk heeft uitzicht op de weides waar de kudde regelmatig aan het grazen is.
Bewoner: “Herder, kunt u naar de kudde komen, want er is iets vreemds aan de hand. Politie is aanwezig en verschillende velden worden afgezet met rood/wit lint.”
Ik: “Wat is er aan de hand dan?”
Bewoner: “Ik weet het niet, maar zo te zien, mag er niemand bij de kudde komen, ik zie verschillende politieauto’s en misschien wel 40 mensen die achter de linten staan.”
Ik: “Heeft u de beheerder/de boer gebeld?”
Bewoner: “Nee, ik heb alleen uw nummer.”
(Ik deel regelmatig mijn visite/herderskaartje uit aan mensen die belangstelling hebben voor de kudde. Wie weet wil men in de toekomst nog eens een familiedag bij de schaapskudde organiseren en dan hebben ze alvast mijn kaartje.)
Ik: “Oke, dank u wel, ik kom er aan.”

Actie!
Snel bel ik de boer.
Ik: “Er is, denk ik, iets mis met de kudde.”
Boer: “Ja, ik weet het, ik ben net gebeld door GZH (Groen Service Zuid Holland), maar ik zit nu in Zeeland, ik kom er aan, hoop er over 2 uurtjes te zijn.”
Ik: “Enig idee wat er aan de hand is?”
Boer: “Verschillende schapen huiduitslag, spier en gewrichtspijn, er schijnen diverse dieren van de pijn op hun knieën te liggen.”
Er schiet een pijnscheut door mij heen. “Holy schapenkeutels… dan had ik dit toch dinsdag moeten melden…”
Ik: “Wat zou het kunnen zijn?”
Boer: “Moeilijk te zeggen, misschien wel een overgekomen virus, misschien is het wel het Zikavirus… De halve wereld is in de zomer in Rio geweest, weet jij veel…”
Ik: “Tja, ik weet het ook niet, ik rij er wel naar toe en zie je daar vanmiddag dan wel.”

Ik hang op en zoek op wikipedia de symptonen en oorzaken van het Zikavirus:
– Koorts
– Ontstekeningen
– Spierpijn
– Gewrichtspijn
– Vormen van huiduitslag
Veroorzaakt door de gele koorts mug (maar… komt niet in Nederland voor). In zeldzame gevallen: sexueel overdraagbaar…

Plotseling denk ik aan cabaretier Hans Teeuwen, hij heeft eens een lied gemaakt over Arjen de herdersjongen die schapen n……
Het – zal – toch – niet – waar – zijn…?

Ik spring in mijn bus en rij behoorlijk snel naar de polder toe. Daar aangekomen zie ik geen 40 mensen maar misschien wel 100 “ramptoeristen”.
Iets verder in het land lopen, achter de rood witte linten, drie mannen met witte pakken aan en met maskers over hun hoofden, zuurstoffles op hun rug.

“Holy schapenkeutels! Hier is meer aan de hand!!”denk ik.
Ik sta tussen de mensen, ik heb geen herderskleding aan en ben dus niet herkenbaar als herder. Het zoomt van de geruchten. Ik hoor zelfs het woord Ebola virus.

Snel google ik Ebola in op mijn smartphone:
– Koorts
– Spierpijn
– Gewrichtspijn
– Vreemde huiduitslag op de romp

Op dat moment zie ik Coen staan. Een natuurliefhebber en hof-fotograaf van de schaapskudde, hij stapt op mij af en schudt mismoedig zijn hoofd. We wisselen kort wat informatie uit en ik zeg hem: “Hier blijven staan worden we niet veel wijzer van. Zullen we via het de groene brug, over het bospad proberen bij de achterkant van de kudde te komen?”
Coen: “Is wel trikkie, maar ik wil wel graag weten wat de dieren nu hebben, als ik de kans krijg maak ik een foto.”
Ik: “Mooi, dan gaan we samen, dan maak jij een foto en dan stuur ik die direct naar mijn zoon, want die weet alles van trips…”
Coen: “Trips??”
Ik: “Laat maar… hij is bioloog, dus die weet alles…, geen tijd om uit te leggen, staat in laatste blogverhaal.”
Coen kijkt mij verbaast aan en haalt zijn schouders op.

Foto
Met gevaar voor eigen leven gaan we op pad… We verlaten de menigte en sluipen over het bospad, springen over een slootje en kruipen langzaam naar de kudde. Het is goed dat ik geen hond bij mij heb. Nu blijven de dieren rustig op hun plek.
Niemand te zien, heel in de verte zie ik de mensen in “asbestpakken” langzaam naderen. Geen tijd te verliezen!

Snel maak ik het geluid van een hitsige ram (werkt altijd) en al snel zie ik enkele geïnteresseerde ooien mijn kant op komen. Coen en ik liggen nog steeds in het gras om maar niet gezien te worden. Eén ooi nadert tot 4 meter en Coen krijgt een prachtige gelegenheid om dit schaap te fotograferen. Plotseling zakt het dier door zijn hoeven, ze steunt op haar knieën en mekkert treurig…

“Gewrichtspijn… ondraaglijke pijnen…” flitst er door mij heen. Vaag zie ik de huidvervormingen of abcessen op de vacht. Coen drukt af, twee, drie keer…
Ik haastig: “Staat het er op? Want ik zie de witte maanmannen dichter bij komen, druk zwaaiend met armen… Coen controleert zijn camera en antwoordt: “Voor de bakker!”
Ik: “Snel, wegwezen, voordat we ook nog eens de bereden politie achter ons aan krijgen.”

We sprinten weg, naar de sloot, springen er over heen, dwz ik…
Coen struikelt net voor zijn afzet en valt voorover in het water. In een split second weet hij zijn camera boven zijn hoofd te houden zodat dit instrument het enige is, dat nog droog blijft. Met het kroost in zijn oren en een kikker in zijn kontzak weet hij het vege lijf te redden en we vervolgen onze weg, achterom kijkend of het witte spook ons volgt.

Maar… gelukkig niets te zien. We lopen nu naar het bospad toe, hijgend staan we nu stil en hebben nu eindelijk de tijd om de foto’s aandachtig te bekijken.
Coen vergroot de foto en ik krijg nu een detail van de huid/schapenvacht te zien.

Ik slaak een zucht van verlichting en fluister: “ Holy… Schapen… Keutels….”
Coen haastig: “Wat is er , wat is er?”
Ik: “Coen, volgens mij is dit geen Ebola of Zikavirus, ik denk dat ik weet wat er aan de hand is met de dieren!”

Heeft u een idee? Bekijk de foto dan eens goed en geef de vermoedelijke oplossing door via info@lexthoen.nl
Onder de goede oplossingen wordt een prijs verloot.

Kuddegedrag

Zomervakantie 2016
Voor werk en vakantie 5 weken lang in het buitenland gezeten. Geen schaap gezien. Mooie tijd gehad maar het is goed om ook weer “thuis” te zijn in de polder. Vooral aan de jongste hond Spyk heb ik kunnen merken dat 5 weken Frankrijk erg lang is.
Ze werd een beetje verveeld en alleen maar hollen naast de mountainbike in de Franse bossen is niet voldoende. In Frankrijk had ik niet altijd digitaal en telefonisch contact met de buitenwereld. Dat is wel lekker rustig, maar je blijft niet altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in Nederland.

Weer aan het werk
Het is dinsdag en het is de eerste dag na mijn Frankrijktijd dat ik weer naar de kudde ga. Ik heb een onrustige nacht gehad. Hoe gaan de twee honden reageren? Zouden ze wat verleerd zijn? Pakken ze het snel weer op? Of moet ik ze regelmatig gaan corrigeren? Hoe zal het met de kudde gaan? Zal leider James mij nog kennen? 5 weken is wel erg lang.

Ik ben verschrikkelijk vroeg wakker en rij daarom om 5.00 uur al naar de kudde. Het is nog donker en dan heeft het niet zoveel nut om al te gaan lopen met de schapen. De dieren vinden het niet prettig om in de donker te lopen en wat de veiligheid betreft is het ook niet verstandig om dat te doen.
Ik ben om 5.30 uur bij de kudde en ik besluit te wachten met lopen tot het licht gaat worden.

Ik open het hek van het afgezette weiland en loop langzaam het land in, op zoek naar de slapende kudde. Mijn twee honden hou ik aan de voet want ik wil niet dat ze de kudde wakker maken. Ik tuur in de duister over het weiland, maar… ik zie he – le – maal niets. Ik versnel mijn pas op zoek naar de kudde, maar nee. Erg vreemd want ik had gisterenavond laat nog een appje binnen gekregen van de beheerder dat de kudde in dit weiland zou overnachten.

Ik maak een rondje langs de omheining om te controleren of ze misschien over een dam naar een ander weiland zijn gelopen. Na een minuut of tien zie ik plotseling dat er zeker 40 m flexnet (afzetnet waar stroom op staat) is platgetrapt. Holy schapenkeutels!!! De dieren zijn ontsnapt!

Weg? Waar dan?
Ze zijn uit het weiland gelopen, zo de Woudweg op. Ik kijk de Woudweg af, maar tja het is nog steeds donker, dus veel zie ik niet. Wat nu? Hoelang zijn ze al op pad? Een uurtje? Twee uur? Misschien zijn wel de hele nacht aan het zwerven? Ik zie hier en daar wat schapenkeutels op de weg liggen. Het keutelspoor loopt richt Breeweg…..

Wat nu? Resoluut draai ik mij om, loop naar mijn auto en pak mijn fiets uit de bus. Ik fluit naar mijn twee honden en gedrieën duiken we de nacht in, het spoor van keutels volgend. Via de Breeweg komen we bij de Zoutenveensweg. Die rij ik helemaal af.

In Schipluiden zie ik nog steeds de schapenkeutels. Over de ophaalbrug gaat het spoor naar rechts, richting Op Hodenpijl.
De weg buigt naar links en warempel ik zie nog steeds wat keutels op de weg. Het enthousiasme van de oudste hond Kita (bijna 9 jaar) wordt al een stuk minder. Zij blijft naast mij lopen en dat is het dan ook. Niets geen snelle sprintjes.
Uitkomend bij de stoplichten zie ik schuin links het markante huis “Groot Genoeg” voorheen bewoond door de dierenverloskundige Cees Tetteroo, alom bekend bij de boeren van Midden-Delfland.
We steken de weg over en we komen uit bij restaurant de Bonte Haas. Inmiddels begint het licht te worden. Daar zal de kudde wel staan, denk ik, want naast de Bonte Haas, staat de Westlandse schaapskudde van Pieter Dekker. Die schapen zoeken elkaar altijd op, zeker na zo’n lange wandeling. Die beesten moeten toch onderhand total loss zijn, na zo’n wandeling. Ik hoop maar dat herder Pieter niet zijn rammen hier geparkeerd heeft, want anders hebben we net na de kerst een boerderij vol met lammetjes.
Nog niet?
Maar… verdorie ook hier staat mijn kudde niet. Ik zie de schapen van Pieter wel, maar het keutelspoor gaat verder richting Wateringen. De jonge hond Spyk ziet de lol er ook niet meer van in en loopt nu ook naast de fiets. Kita krijgt het nu moeilijk. Zij rent niet meer, ze sjokt achter mij aan. Kita: “Hee baas… we zouden toch, hijg hijg, naar de schapen gaan?”

Wat te doen? Hond aan de lijn aan een boom en dan later ophalen? Durf ik niet. Voor je het weet, brengen ze dat beessie bij de dierenopvangcentrale. Aanbellen bij mensen en vragen of ze op mijn hond willen passen, want ze is zo moe? Niemand zal mij geloven. Noodgedwongen verlaag ik mij tempo.
Via Wateringen rij ik over de Lozerlaan richting schaatscentrum de Uithof. Ik zit nu midden in de spits, overal auto’s, auto’s, auto’s.

Gekke schapenziekte?
“Hoe is dit toch mogelijk? Vraag ik mij af, schapen kunnen nooit echt zo’n lange tocht maken, wat is er in hemelsnaam aan de hand? En dan plotseling in de verte zie ik de kudde voor mij. Ik ben inmiddels ter hoogte van Loosduinen.

Links zie ik in een flits het tuincentrum Ockenburg. Het stoplicht staat op rood, maar de schapen lopen dwars door het verkeer naar de overkant. Enkele automobilisten toeteren. Chaos!
Ik bereik de achterkant van de kudde en zie dat de dieren er niet best aan toe zijn. Hun koppen gaan van links naar rechts, niet snel, het is een hele onnatuurlijke loop. Er zit geen systeem in. Er is geen regelmaat. Dan gaan de koppen weer naar links dan weer naar rechts en weer vlug naar links. Het lijkt wel of ze iets zoeken…
De schapen kijken mij ook niet aan. Bijzonder gedrag. Ik stuur Spyk naar voren. Spyk kan in zijn eentje binnen 30 sec. de kudde tot stilstand brengen. Maar dit keer niet. De kudde loopt gewoon om Spyk heen en blijven apathisch naar links of naar rechts kijken. De schrik slaat om mijn hart! Dit is niet de “gekke koeienziekte” maar het is de gekke schapenziekte! Holy Schapenkeutels!

Snel pak ik mijn mobiele telefoon en probeer mijn zoon te bellen. Zoonlief is onlangs gepromoveerd tot dokter in de biologie. Hij weet bijna alles! Hij heeft vijf jaar lang onderzoek gedaan naar de resistentie van trips.

Maar ja… een trip is nog geen schaap… Soms denk ik wel eens: “Joh, de hele dag door zo’n microscoop kijken, daar word je toch een beetje tureluurs van?” “Neem toch een groter beessie,… ja juist…. een schaap bijvoorbeeld! Dat is veel makkelijker te bekijken en… dan heb ik er ook nog wat aan.”

Hij neemt niet op. Wat nu? Ik stuur nu zowel Spyk, als Kita naar voren om de kudde te stoppen. Ik ga op de pedalen staan, haal de kudde in, in een halve slip kom ik tot stand net voor de kudde.

Gedrieën (twee honden en een herder) staan met veel machtsvertoon nu vóór de kudde en warempel… De kudde stopt! De meeste schapen blijven met hun koppen zwaaien. Ze kijken nog steeds naar links… en dan weer eens naar rechts. Onbegrijpelijk.. ik heb dit nog nooit gezien. En dan zie ik James staan, nummer 007, de leider van kudde. James en ik hebben een bijzondere, innige band. Dat begrijpt niemand, zelfs de boer niet. James houdt zijn kop stil en kijk mij aan. En ik kijk naar James.

Ik ben nu zes jaar herder en inmiddels ben ik een deel geworden van de kudde. Ik begrijp de dieren, maar vooral James. James is het enige schaap waar ik mee “communiceer”. En ik begrijp haar ook, ik snap haar. En als ik heel goed oplet dan snap ik ook haar gemekker.

Ik kijk haar indringend aan en vraag haar: “Wat is er nu toch aan de hand?”
James: “Mehhhhh, mehhhhh…..nog klein, mehhhh… stukje lopen..mehhh…”
Ik, bijna radeloos: “Maar waar naar toe dan?”
James: “Kijkduin, mehhhhhh.”
Ik, nu echt radeloos: “Maar wat moet je daar, daar is geen enkel grassprietje te vinden!”
James: “Mehhhh, is hoofdstad…Mehhhh.”
Ik, nu helemaal buiten zinnen, schreeuw het uit: “HOOFDSTAD VAN WAT……….??????”
James, met zijn kop naar beneden, mekkert zachtjes: “Mehhhh…, Kijkduin is de hoofdstad,…. mehhh…. van Pokémon…”

Zomer 2016: kuddegedrag in Kijkduin, de hoofdstad van Pokémon

Adelheid Roosen: “We gaan dood… allemaal!”

Eind van de cyclus

Vandaag is het mijn vrije dag. Geen groepen bij de kudde. Op stap, enkel met mijn twee hondjes… en natuurlijke de kudde, momenteel nog circa 360 schapen groot.
Ik denk dat het een van de laatste weken is dat er zoveel dieren in de kudde zijn.
Eerdaags komt handelaar Kees met zijn veewagen. Hij zal dan alle rammetjes meenemen, ik denk dat er zeker 100 rammen de kudde gaan (moeten) verlaten.

De pubertijd komt er aan. Opspelende hormonen kunnen er voor zorgen dat, ik bespaar u de details, er inteelt ontstaat. Dus… de rammetjes worden afgevoerd… in mijn educatielessen vertel ik dan dat alle rammetjes naar de… kinderboerderij gaan…
De boeren weten wel beter: de rammetjes hebben 5 maanden een goed leven gehad, zijn elke dag buiten geweest, lekker gegeten, geen groeihormonen toebedeeld gekregen, lekker gespeeld, gewoon mooi.
En nu is het klaar. Afscheid nemen en hup aan het werk.

Tja, zo sta ik er eigenlijk ook wel in. We zorgen ervoor dat ze een goed leven hebben en de praktijk leert dat de 100 tot 125 rammetjes er na 5 maanden niet meer zijn.
De zomer komt er aan. We lopen dan met de ooien en in het najaar komt de dekram er weer bij en begint de cyclus weer opnieuw. Zo is het schapenleven. Zo is het herdersleven…

Zomer
Zomer 2016? Alleen maar regen in deze zomerweken. De tuinders in Brabant en Limburg hebben veel schade door de hagelbuien. De boeren moeten vrezen voor hun gewassen omdat hele velden onder water staan. En de schapen? Ach, deze dieren kunnen veel hebben, zelfs in de winter staan ze buiten. Wat doet de regen met ze? De vacht is vettig, dat zorgt er voor dat het regenwater de huid niet raakt, want de vettige vacht voert het water af naar de grond.
Toch is de kans aanwezig dat een zwak schaap ziek wordt. Misschien door het weer, dat is moeilijk te zeggen. Het schaap wordt ziek en een enkel keer haalt dit dier het dan niet. De boer zegt dan: “We verspelen het.”
Deze ochtend is het zowaar droog en een schraal zonnetje stuurt haar zonnestralen net langs de wolken richting Midden-Delfland. En daar loop ik! Heerlijk.
We gaan op pad. Na een uurtje zie ik dat een mager lammetje het tempo van de kudde niet bij kan houden. Ik maan de honden om de kudde te laten stoppen. Ik vang met mijn stok het lammetje en controleer het lammetje, geen zere pootjes, geen diarree.
Mijn geneeskundige kennis bij schapen is beperkt. Ik geef het lammetje met een merkstift een streep op zijn kop, zodat vanavond, als de kudde bij de boerderij gebracht is, de boer er nog even naar kan kijken. “Dan lopen we vandaag maar wat zachter,” denk ik dan en ik geef vandaag het lammetje de naam: Snik-snik.
Snik-snik
Weer een uur verder steek ik de Breeweg over, Snik-snik kan nu echt niet meer de kudde bijhouden. Ik laat de kudde verder lopen en ik blijf bij de zieke Snik-snik. Het lammetje schrijdt voort… De kudde loopt nu zo’n 100 meter voor mij.
Een vrouw met scootmobiel, ik kom haar wel meer tegen op mijn wekelijkse wandelingen met de kudde, wacht op het fietspad geduldig tot de kudde bij haar is. De kudde stopt even, ervaart nu dat de scootmobiel geen stressfactor is en besluit om weer verder te lopen. De mevrouw met scootmobiel, voor het gemak, mevrouw Scoot, geniet van de passerende kudde.
Aan beide kanten van haar scootmobiel lopen de dieren in alle rust voorbij. 
Enkele minuten later volg ik met het lammetje Snik-snik. Ik bedank mevrouw Scoot voor het wachten en excuseer mij dat ik wat later ben.
Ik: Lammetje is ziek, ze kan de kudde niet bij houden.”
Mevrouw Scoot: “Ach wat sneu, is het erg ziek?”
Ik: “Denk het wel, ik weet niet of ze het haalt.”
Ontzet slaat mevrouw een hand voor haar mond en zet grote ogen op.
In een flits gaat het door mij heen: “Tja, het is sneu, maar Snik-snik is een rammetje, moet over een week toch weg…”
Maar snel antwoord ik: “Tja mevrouw, het schapenleven is keihard, zo ben je blij dat er een gezond lammetje is geboren en zo moet je er misschien alweer afscheid van nemen.”
Ik zie dat mevrouw er echt mee zit. Ze stamelt: “Meneer ehhh, heeft u even tijd?”
Ik zie dat de kudde rustig doorloopt naar een plek waar geen verkeer is dus ik stel haar gerust en zeg:
“Ja hoor mevrouw, ik heb de tijd”
Mevrouw Scoot: “Meneer, ik vind het zooooo zielig voor het lammetje… weet u, ik fok al 25 jaar postuurkanaries.
Postuurkanaries worden gefokt niet voor de zang, maar voor de prachtige schoonheid, voor de uitstraling, vandaar de naam: postuurkanarie.
Jarenlang heb ik zoveel nestjes per jaar, tientallen jongen, maar dit jaar meneer, ik weet niet hoe het komt, het is onbegrijpelijk, dit jaar heb ik maar 2 nestjes gehad. In elk nestje had ik drie jonkies. En… en… en,” ze slikt een keer… “En daar moet ik nu zo aan denken, nu ik het zieke lammetje zie.”
Ik: : “Maar mevrouw, wat is het dan, wat u zo ontroert?
Mevrouw Scoot: “Bij het ene nestje van drie, is er één jonkie overleden… de moeder ging op het jonkie zitten en heeft het jonkie toen per ongeluk dood gedrukt!”
In een flits denk ik: “Welke moeder gaat er nu op haar eigen kind zitten?” Maar ik antwoord snel: “Tjee, dat is ook rot, zeker als u er maar zo weinig van heeft.”
Mevrouw Scoot: “Ja dat is zo en nu ik het zieke lammetje zo zie, vind ik het zo zielig…”
Ik: “Mevrouw, ik ga goed voor het lammetje zorgen en misschien valt het toch nog wel mee”.
Mevrouw Scoot: “Fijn meneer… tot de volgende keer…”

Dood?
Ik neem afscheid van mevrouw en loop nog een stukje naar de Olsthoornplas waar ik van plan ben om een korte pauze te houden.
De kudde bereikt de plek, maar Snik-snik is met lopen gestopt en staat stil in het weiland.
Ik loop even door naar de Olstoornplas, zet daar mijn krukje in het gras, leg mijn honden “af” en wandel naar Snik-snik. Inmiddels is het lammetje gaan liggen.
“Das geen goed teken,” denk ik.
Ik til haar op en zet het op haar poten, maar… ze zakt er door heen en ze ligt weer in het gras.
Ze kan niet meer zelfstandig naar de kudde lopen, het is geen onwil. Snik-snik is ziek, ernstig ziek.
Ik pak haar op en leg haar in mijn nek. Ik hou haar pootjes goed vast. Ik loop langzaam naar de kudde.
“Nu ben ik echt een bijbels figuur, denk ik, zo met dat lammetje op mijn schouders….”
Ik bel de boer en binnen 15 min is hij er met zijn pick-up wagen, alarmlichten aan.
We leggen Snik-snik in de bak en de boer inspecteert het lammetje.
Boer: “Geen maden, geen diarree… wordt lastig, weet niet of ie de avond haalt…”
De boer rijdt weg… ik kijk hem na en denk aan de winnares 2015 van de Loden LeeuwAdelheid Roosen. De meest irritante BN-er in een reclame spot van 2015.
De spreuk van Adelheid Roosen is mij bijgebleven… “We gaan dood… allemaal!!
Tja….. dus ook lammetje Snik-snik.

Volgende week zie ik mevrouw Scoot misschien weer in de polder..
Vanavond toch maar even bellen met de boer hoe het is met Snik-snik.

Ik heb de komende week nog steeds meer dan 200 jonkies, mevrouw Scoot heeft maar 5 jonkies.
Daarom voor haar dit keer geen foto van de kudde, maar van een postuurkanarie:

P.S. Ik wens jullie een hele fijne vakantie! Ik ga inspiratie opdoen en “spreek” jullie weer in september!

Schapen spreekwoorden

Er zijn veel spreekwoorden die betrekking hebben op schapen. Iedereen kent er wel een paar, bijvoorbeeld:
· Er gaan veel makke schapen in een hok.
· Hij heeft zijn schaapjes op het droge.
· Hij is zo mak als een lammetje.
Misschien is dit wel de bekendste:
· Als er één schaap over de dam is, dan volgen er meer.

Belhamel
Er zijn ook enkele spreekwoorden, gezegdes en namen, waarvan veel mensen niet weten dat deze uit de schapenwereld komen. Neem nu het woord “Belhamel”. Onze nationale dichter Vondel heeft rond 1600 gedichten geschreven over de “Belhamel”.
Een hamel is een mannetjesschaap, het is een ram. Een ehhh, hoe zal ik het zeggen? Een ram die geholpen is. Een hamel is de enige ram die het hele jaar bij de kudde kan en mag lopen.

Een hamel kan niets meer, dus de dames (ooien) denken: “La maar lopen joh, hij kan toch niets meer, dus hij valt ons ook niet lastig…”

De hamel op zijn beurt denkt: “Zo, dat heb ik toch maar mooi voor elkaar, al mijn broertjes en neefjes zijn na 5 maanden afgevoerd naar de “kinderboerderij”, omdat zij allemaal last kregen van “opspelende hormonen”. Want dan ontstaat er gedonder in de kudde, dus alle jongens (de rammetjes) moeten afgevoerd worden… Ik ben de enige MAN en ik loop hier mooi met 300 dames! Ik ben de macho, ik ben de koning!”

In vroegere tijden was er geen prikkeldraad, er waren geen hekken en er waren al helemaal geen flexnetten met accu’s.
De kudde liep maar ergens. En de herder was vaak zijn kudde kwijt. Het was in het jaar 412 na Chr. dat een zekere herder met de naam Jacobus Keutel het zo ontzettend zat was om elke morgen maar weer op zoek te gaan naar zijn kudde, dat deze Jacobus besloot om de leider van de kudde te voorzien van een grote bel om zijn nek.

De leider van de kudde was dan in ieder geval op kilometers afstand te horen, want die grote bel maakte veel geluid. In die tijd was het overal stil, het enige wat de herder hoorde was ruisende rietkragen, de roep van de kievit, het gekwaak van een eend en… de bel van de hamel. De leider van de kudde liep (en loopt) voorop, de kudde volgt. Als men de leider, vaak een hamel met een bel, hoorde, dan wist men: “Daar moet dan ook de kudde zijn”.

De Hamel met de bel… de Belhamel!

Rammen!
Nog een wat minder bekend spreekwoord: “Ze rammen er op los!”.

Af en toe hebben de ooien van mijn kudde een meningsverschil. Ach, waar gaat het dan om? Vaak is het iets onbenulligs, zoiets als: “Dat plekje gras is van mij, ik was er het eerst om te eten, jij moet weg” of  “Wat heb jij een rare jas (vacht) aan, het staat je niet” of  “Jouw kind heeft geen manieren, het poept gewoon op het fietspad!”
Enfin, de dames zijn beledigd en stoten dan de koppen tegen elkaar. “Ze rammen er op los”. Toch raar, want er is geen ram te zien. Het echte “er op los rammen” gebeurt eigenlijk alleen bij de mannen, de rammen. En de boeren proberen dit eigenlijk altijd voor te zijn.
Ik heb er nog nooit mee te maken gehad, want ik loop altijd met een grote kudde. 
Zoals ik schref: in de zomer worden de rammetjes weggehaald bij de kudde. Er blijven alleen ooien over. In het najaar komen de rammen weer bij de kudde (de schapen noemen dat: De dag van het schaap!). Bij ons zijn dat er twee of drie. Deze rammen zorgen dan voor het voortbestaan van de kudde. Ze blijven dan enkele weken. En zo plannen we de geboortes van de nieuwe lammetjes keurig vlak vóór Pasen. De draagtijd van een ooi is 5 maanden min vijf dagen.

De dekrammen hebben ergens achter een boerderij op een verlaten veldje 10 maanden “droog” gestaan. Zodra de dekrammen bij de kudde gezet worden, hebben ze maar aan één ding te voldoen en dat is zorgen voor het nageslacht. Ik hoef dan niets uit te leggen aan de schapen………, de natuur doet zijn werk…… en de rammen lopen elkaar ook niet in de weg. Er is een overvloed aan appetijtelijke dames. Keuze genoeg.

En de dames? Ach… de dames zijn ook blij, zijn smachten naar een nieuw moederschap. Maar o wee, als de kudde kleiner is, veel kleiner is. Ik heb het zelf nooit meegemaakt maar ik heb mij wel laten informeren door de boeren in dit gebied. Als het een kleine kudde betreft en de rammen ervaren dat er eigenlijk te weinig dames voor twee of drie rammen zijn, dan zien ze elkaar als echte concurrenten. Ze vechten elkaar de tent uit. Ze nemen dan alle twee een behoorlijke aanloop en knallen (rammen) met de koppen tegen elkaar, tot… de dood volgt.
Het is menig maal gebeurd dat de boer de volgende ochtend op het land komt en dat hij dan een dode ram treft. Doodgevochten… en het vreemde is dat bijna altijd de kleinste ram het overleeft, volgens zeggen. De kleinste ram zorgt op het laatste moment van zijn “stormram” dat hij ónder de grotere ram duikt. Hierdoor raakt de grootste ram enkel de lucht en de kleinere ram raakt (ramt) de keel en borstkas van de grotere ram.

Op leven en …
Het is een luguber verhaal. Sommige bloglezers vinden dat ik eigenlijk niet over “de dood” moet schrijven (zie hier). Enkel over dartelende lammetjes en boterbloempjes… Maar het is de realiteit, het is de natuur…

Zo zijn er dagelijks in het prachtige Midden-Delfland zaken, waar ik als herder aan blootgesteld word, zaken die spelen op leven en dood… Het is emotioneel, schrijnend, maar het is de realiteit:
· De zwaluw maakt een duikvlucht over de ruggen van de schapen, om insecten te vangen en te verorberen.
· De buizerd stort naar beneden en vangt een muis en vreet dat lieve muisje met huid en haar op.
· De reiger staat roerloos in het ondiepe water te wachten, te wachten… en slaat dan meedogenloos toe, het kikkertje spartelt nog even na en verdwijnt dan in de lange hals.
· De boeren proberen rekening te houden met de nesten van weidevogels, maar Reinaert, de sluwe vos? Hij heeft daar geen boodschap aan… In de nachtelijke uren slaat hij toe en weet een kievitsnest te vinden met alle rampzalige gevolgen van dien.
· Zelfs een loslopende kip heeft geen enkel ontzag voor een worm die zich meldt aan de oppervlakte van het maaiveld.

Volgende keer misschien toch maar een leuker verhaaltje maken….
Zo komt trouwens het gezegde: “Iemand een veeg geven” ook uit de schapenwereld…
Toch maar eerst even aan de blogmaster vragen wat de minimum leeftijd is van de blog-lezende kinderen…

foto: Jeannemieke Hectors

Prinsjes en prinsesjes

Het is dinsdagochtend 5.30 uur. Het regent pijpestelen. Ik draai mij nog even om en het enige wat ik denk: “Zo dadelijk niet vergeten om laarzen mee te nemen.”
Twee uur laten rij ik na een heerlijk gezond ontbijt naar de kudde. Inmiddels is het droog geworden, maar ik heb voor de zekerheid toch laarzen en regenbroek meegenomen.

Ik ben iets later dan anders, want ik begin niet met de grote kudde. Vandaag begin ik bij de boerderij, hier staat nog een kleine kudde van ongeveer 60 dieren. Deze kleine kudde gebruiken we voor de educatielessen bij de boerderij. Hier kunnen de kids gemakkelijk hun fiets parkeren, er zijn toiletten aanwezig, een hooiberg om even rustig te zitten en wat vragen te beantwoorden. Kortom een fijne locatie voor een school om er even uit de stad te zijn en wat nieuws te leren.

Ik krijg een telefoontje van de voorzitter van Vockestaert. Lucia. Zij coördineert de educatielessen van de basisscholen bij de kudde. “Ehhh… Lex, tja… ik krijg net een telefoontje van de juffrouw van de school, maar ze zien er van af, gezien het weer.”
Ik: “Maar…. het is DROOG!”
Lucia: “Ja ik weet het, Lex, dat heb ik ook tegen de juf gezegd.”
Ik: “Dus??”
Lucia: “Dus, de school komt niet, het gras is nat en dan kunnen de kinderen ziek worden… ik heb mijn verontwaardiging uitgesproken, maar de juffrouw wordt geleid/gestuurd door enkele verontruste ouders…”

Even wil ik de discussie aangaan met Lucia, maar zij is enkel de boodschapper van dit belachelijke nieuws. Ik dank haar voor de mededeling en rijd vervolgens naar de grote kudde. De dinsdag is mijn “vrije dag” bij de kudde. Ik probeer deze dag voor mijzelf te houden. Ik probeer dan geen groepen te plannen.
Maar de educatielessen voor scholen gaan via Vockestaert en gezien de grote vrijheid die ik heb bij de kudde is het logisch dat ik op de dinsdagen beschikbaar ben voor scholen.

Om 11.00 uur komt er nog een fokker met 11 border collies langs om te kijken of er een border geschikt is om “het drijven” op te pakken en om 12.30 uur loopt een collega van mij uit de psychiatrie een middagje mee met de kudde ter onthaasting. Al met al is de “vrije dag bij de kudde” toch aardig gevuld. Deze afzegging van de school komt dus niet echt ongelegen, zo heb ik toch nog een paar uurtjes voor mijzelf bij de kudde.

Maar toch… Ik loop me toch een beetje op te fokken… Afzeggen omdat het gras nat is… en misschien valt er deze ochtend nog wel een buitje! Omdat de kindertjes ziek kunnen worden…..!
Waar gaan wij heen? Hoever zijn we gezonken?
Wij laten ons vandaag de dag leiden door buienradar. Schooldirecties en onderwijsgevenden laten zich steeds meer leiden door mondige ouders.

Vroeger werd er gewoon niet gegeten tijdens de schooluren, moet je nu eens gaan kijken op die scholen. Eerst kwamen de broodblikjes om 10.00 uur uit de kast met een pakje schoolmelk. Maar dat is allemaal verleden tijd. De schoolmelk is vervangen door de mierzoete fristi’s en tweedrankjes. De boterhammen hebben plaats gemaakt voor de donuts en liga’s met chocolade erop.

De juf op school is de strijd met de ouders allang zat, altijd die discussies…. (Moeder: mijn prinsje lust geen brood, hij moet echt een ligaatje eten hoor, anders redt mijn prinsje het niet tot 12.00 uur) Juf heeft het opgegeven, naast het gewone onderwijs geven, zijn de extra taken megabelastend en zij gedoogt dus maar het ongezonde voer dat ouders hun kind meegeven.

50% van de Nederlandse kinderen heeft overgewicht. De vakleerkrachten gymnastiek worden wegbezuinigd, de sportverenigingen lopen leeg. En de kinderen kunnen nergens meer buiten spelen.
“Allemaal de schuld van de overheid,” hoor ik sommige ouders zeggen.
Maar… elk kind heeft tegenwoordig wel zo’n veeg-telefoon of zo’n tablet waar urenlang spelletjes (gegamed??) op gedaan worden.
Dan denk ik weleens: “Ga toch lekker naar buiten, ga de polder in…”

“Maar er rijden geen trams naar de polder en we hebben het eigenlijk te druk om dat te doen…” zeggen de ouders dan.
“Gelukkig dat de scholen dat dan maar oppakken, want de stadskinderen weten echt niet meer wat kroost is, waar melk vandaan komt, wat een ooi is en wat uiers zijn…”
We zijn nu dus ook al zover dat ouders zich gaan bemoeien met wel of geen educatielessen in de polder. Het gras is nat, het miezert misschien en straks kan ons prinsje of ons prinsesje wel eens heel ziek worden.”
Alle ouders hebben het beste met hun kind voor, maar soms denk ik wel eens: “We zijn wel aan het doorslaan.”

En ach… natuurlijk geldt dit niet voor alle ouders. Zo zie ik bij de afgelopen lammetjesdag honderden kinderen met hun ouders dwars door de storm lopen om een leuke middag te hebben. Misschien is het maar een kleine minderheid, maar die kleine minderheid, de schreeuwers, bepalen wel wat er gebeurt op school. En voor deze groep ouders wil ik adviseren:
Stop met het pamperen van uw prinsje of prinsesje. Laat uw kind, kind wezen! Een kind moet vies worden, vuil worden, vallen, opstaan, weer vallen, slootje springen, vlotbouwen, nat worden, in de regen lopen, een pleister op de knie, een scheur in zijn broek, het koud krijgen…
Kortom… weerstand en ervaringen op doen, in de stad, in het dorp en… in de polder!
De tablet en veeg-telefoon zijn een verrijking van ons bestaan, maar als het daar bij blijft is het een verarming van de opvoeding.

O ja, op deze plotselinge vrije ochtend ging het toch om 9.55 uur even regenen, wel 8 minuten lang…
Erg hè?
foto: Jeannemieke Hectors

Gay pride in de polder?

Het is een heerlijke dag in de polder. De zon staat hoog aan de hemel en het is warm. Ik loop op sandalen. Ik heb mijn herdershoed op. Ik heb een hekel aan een zonnebril. Als ik hem op heb dan ben ik hem binnen een week kwijt of ik laat weer eens ergens liggen. Nee, die hoed is een goed alternatief. En… ik vind het prettig als ik een gesprek met iemand aan ga dat ik hem of haar recht in de ogen aan kan kijken en andersom dus ook. Dus voor deze herder… geen zonnebril.

Ik heb ook een korte broek aan, lekker luchtig… na afloop altijd even controleren of er geen teken op bezoek zijn gekomen. Een korte broek met deze temperaturen “werkt” prettig. En verder? Tjaaa… ik heb ook mijn lange waxcoat-jas aan. Beetje tegenstrijdig met dit weer… maar dat is nu eenmaal zo. Vijf jaar geleden begonnen als herder. Herkenbaarheid als herder vond en vind ik belangrijk. Dan kan ik natuurlijk zo’n reflectorhesje met de naam Vockestaert erop aantrekken, maar ik heb toch een andere keuze gemaakt. Bevalt me prima, ik hoeft nooit uit te leggen wie of wat ik ben. Daar in de polder loopt niet de politieagent, niet de verpleegkundige of brandweerman, nee daar loopt gewoon… de herder.

Maar nu vandaag, ik twijfel een beetje: lange jas, korte broek. Misschien zet ik de bezoekers in de polder wel op het verkeerde been?
Snel verwerp ik die gedachte. Ik ga met dit weer geen lange broek aantrekken omdat er heel misschien één wandelaar vindt dat dit niet zo hoort.
Ik ben trouwens vandaag ook “op het verkeerde been gezet”. Onderstaande foto heeft mij vandaag “getriggerd”.

“Holy schapenkeutels,” denk ik. “Dat vind ik nu eens een gave actie van de boeren uit Midden-Delfland.” Afgelopen week kwam het dorp Schipluiden negatief in het nieuws. Het nieuws haalde de landelijke kranten en zelf op de tv werd er aandacht aan besteed.
De TU-student Bram Tielen is weggepest uit een studentenhuis in Schipluiden om zijn homoseksuele geaardheid.
Verontwaardigde boeren hebben direct actie ondernomen. Het gemaaide gras wordt in deze tijd altijd ingepakt in zwarte grote balen. Voer voor de winter. I.p.v. zwart plastic hebben ze nu gekozen voor roze plastic.

“Mooie actie” denk ik….” Of zou het een andere actie kunnen zijn?” Ik laat mijn gedachten de vrije loop… Ja maar natuurlijk… dat is het!

Midden-Delfland wil “de stad naar de polder” brengen. Gaaf zeg! Dit wordt de nieuwe Gay Pride, niet in Amsterdam, maar in Midden-Delfland.
Dat met die bootjes door de grachten, tja dat kennen we nu wel. Nee het wordt tijd voor iets anders, iets nieuws! Wat een pr-stunt van de gemeente Midden-Delfland!

Ik zie het al helemaal voor mij: tientallen trekkers met boerenkarren met daarop hossende homo’s en lesbo’s. De boeren, gehuld in roze kiel, rijden hun trekkers zigzaggend om de roze strobalen, hobbelend over de weilanden.
De stoet eindigt bij het gemeentehuis in Schipluiden en heel Nederland, nee……. heel de wereld…. zal zien dat niet enkel de stad Amsterdam maar ook het boerenland zich sterk maakt voor de acceptatie van anders-geaarden.

Bij het gemeentehuis zijn grote tribunes gebouwd. Op de Viptribune zie ik mensen die veel betekenen voor Midden-Delfland. Voorzitter van de Midden-Delfland Vereniging Koos Karssen, Marja van Bijsterveldt, bestuurslid van Vockestaert en toekomstig burgemeester van Delft, van Aertsen en Aboutaleb, respectievelijk burgemeester van Den Haag en Rotterdam, zitten gemoedelijk naast elkaar met een programmaboekje in hun handen. Beide maken zich sterk voor “de groene long” tussen beide steden en ondersteunen ook dit nieuwe initiatief van de boeren. En op de eerste trekker zit voorop de motorkap een jongen te zwaaien… juist ja… het is Bram Tielen, hem wacht een warm onthaal, alsof heel Schipluiden wil zeggen: “Sorry Bram, dit had nooit mogen in het studentenhuis… welkom in Schipluiden!”

De rest van de dag loop ik heerlijk kuierend door de polder met mijn kudde, maar de roze strobalen blijven spoken in mijn hoofd.

De dag nadert zijn einde, ik zet de kudde in de nachtwei en zie plotseling beheerder Aad komen aansjezen met zijn pick-up. Hij stapt uit en begint, zonder dat ik er naar vraag, een enthousiast betoog over de roze strobalen.
Aad: “ Is voor het goede doel, we ondersteunen hiermee Pink Ribbon, een stichting die zich sterk maakt voor mensen met borstkanker, onderzoek naar behandeling, nazorg etc. Jij kent veel mensen, dus zegt het voort en verkoop effe die roze balen…. Ze kosten 25,- euro per baal, grote joekels, maar ja dan heb je ook wat…. De mazzel, Lex, want ik moet weg, heb nog overleg met de boeren…..”
“Oké Aad, ga ik doen, goede zaak, je hoort van me…..”
Hoe breng ik die grote…? Maar weg is Aad. Ik stap mijn busje in, op weg naar huis! En weer denk ik aan die roze strobalen…. Oké, geen Gay Pride in de polder… maar wel een goede actie van de boeren om zich in te zetten voor Pink Ribbon.

Ik besluit om daadwerkelijk die roze dingen te gaan verkopen. Gelukkig krijg ik de luisteraars op mijn hand, ik heb er inmiddels 8 verkocht! Maar… ik loop tegen een logistieke hobbel aan.
Op een verjaardag kom ik in gesprek met vriend Henk. Henk wordt enthousiast van mijn verhaal en besluit om ook één baal van 25,- euro te kopen.

Maar ….
Henk woont aan de Parklaan in Den Haag…
3 hoog…
zonder lift….
En Henk heeft enkel twee goudvissen….

Toch nog maar even met beheerder Aad overleggen of er misschien “een kleiner alternatiefje” bedacht kan worden…

Misschien… een klein roze schapenoormerkje??

Kleine dingetjes

Het is een gewone dag, een dinsdag, mijn vaste dag bij de kudde. Dit keer geen groep, geen bezoekers, gewoon even lekker alleen met de kudde. We zien wel wat de dag brengt, er gebeurt altijd wel iets…
En ach, als er niets gebeurt, dan is is het ook goed. Ik loop met de kudde en mijn hond, meer heb ik die dag eigenlijk niet nodig. En… je leert ook hier in de natuur te genieten van de kleine gewone dingen.

Ik loop over de Woudweg richting de A4. Ter hoogte van boer Rodenburg wil ik linksaf slaan het wandelpad op. Ik leg mijn hond via een fluitsignaal voor de kudde op de Woudweg. Ik zie haar niet, ik loop namelijk achter de kudde om te kijken of alle lammetjes wel mee komen. De kleine donders hebben wel eens de neiging om in het water te vallen als ze van die gekke sprongetjes maken.

Aan de lichaamstaal van de schapen zie ik dat de hond inderdaad ergens voor de kudde op de weg ligt. De schapen stoppen, want ze willen niet naar de hond (wolf). Maar de druk van de kudde van achteren op de voorste schapen is groot. De voorste schapen worden min of meer gedwongen om verder te lopen… Naar voren gaat niet… Dan maar naar links denken de schapen, want daar is geen hond/wolf/blokkade…

Ik zie de 300 schapen, elkaar volgend, naar links gaan, het wandelpad op. Precies wat ik wilde. Als laatste verlaat ik de Woudweg en ik sla ook naar links en ik zie de hele kudde voor mij en dan? Het zijn de kleine gewone dingetjes die een dag mooi kunnen maken, die mij gelukkig maken.

Gewoon… Ik zie een jonge moeder met kinderwagen op het wandelpad.
Ze is overvallen door de kudde en is omringd door schapen. Ze staat stil, logisch want ze kan geen kant op. Ik zie dat ze foto’s of een filmpje maakt van de wandelwagen en de schapen. Ik pak op mijn beurt ook mijn telefoon en maakt een foto van de jonge moeder met wandelwagen.
Daarna maak ik een kort filmpje, het enige geluid wat ik hoor is het mekkeren van de schapen. Ik volg langzaam de kudde en komt bij de jonge lachende moeder, ik groet haar en kijk even in de wandelwagen een babytje van 3 maanden, en ik zie een glimlach op zijn of haar snuitje… De schapengeluiden zorgen voor een rustgevend tafereel. Moeder glimlacht… babytje glimlacht en de herder… glimlacht….

Het zijn de kleine gewone dingetjes in het dagelijkse leven die een dag toch bijzonder kunnen maken.
Ik vervolg mijn weg en na verloop van tijd nemen we een pauze op een rustige verlaten plek. Ik klap mijn rugtas uit (is ook een krukje) en neem mijn rust. De schapen nemen de tijd om te herkauwen, de lammetjes doen een tukkie en ik? Ik mijmer… Ik zie de jonge moeder weer voor mij…
De glimlach…
Moeder… mijn gedachten gaan naar mijn Moeder…
Ook altijd een glimlach, onbewust kijk ik naar mijn handen… en ik denk aan het laatste uur dat mijn handen haar handen vasthielden…

Moeder,
Wat hebben jouw handen voor ons betekend?
Jouw handen hebben ons – gedragen
Jouw handen hebben ons – gevoed
Jouw handen hebben ons – gewassen
Jouw handen hebben ons – gekleed
Jouw handen hebben ons – beschermd
Jouw handen hebben ons – getroost
Jouw handen hebben ons – gestuurd
Jouw handen hebben ons …….losgelaten
Jouw handen hebben ook onze kinderen weer gedragen, gevoed, gewassen, gekleed, beschermd, getroost, gestuurd en ……. losgelaten.

Bij jouw laatste adem hielden jouw handen de handen vast van jouw twee jongens, jouw tweeling.
Nu, na zoveel jaar denk ik nog steeds aan haar, hier bij de schapen, ze zou het ook mooi gevonden hebben… mijn nieuw leven bij de schapen.

Gewoon… buiten zijn, de rust, de natuur van Midden-Delfland en… Genieten van de gewone kleine dingetjes die een dag bijzonder maken. Vandaag was ik gewoon buiten, er gebeurde eigenlijk niets…
Maar…
Gewoon-buiten…
Is… Buitengewoon!

Stilte

Het is half mei 2016, een mooie dag in de polder. De hele dag is er wel aanspraak bij de kudde. De ene keer is het een wandelaar, dan weer een opa met kleinkind op de fiets, of een bekende komt even een praatje maken.
In de middag als ik bij het fietspad staat, hoor ik regelmatig een brul van een wielrenner. Dat zijn de Westlanders die de luxe hebben om op een dinsdagmiddag hun trainingsrondje te kunnen maken. Tijd voor een praatje is er dan vaak niet (“er moet getraind worden!”) maar een brul is voor mij voldoende, de meesten ken ik, het is goed zo.

Ontmoeting
Aan het eind van de middag ontvang ik 2 jonge mensen bij de kudde, het is een stel.
De contacten zijn gelegd via de mail. Ik ken ze niet. Nooit ontmoet. De vraag per mail was: “We willen graag een ervaring op doen met natuurbeleving.”

20 minuten voor de afgesproken aankomsttijd is er nog even telefonisch contact. De bezoekers komen uit de stad. Uit Den Haag en zijn nog nooit in Midden-Delfland geweest. Via de telefoon waarschuw ik mijn contactpersoon nog even om niet op de navigatie te vertrouwen, want het is al menig keer gebeurd dat bezoekers over de nieuwe verlengde A4 gestuurd worden en dan is men soms wel een uur heen en weer aan het rijden. Want de afslag naar onze boerderij is niet in het systeem opgenomen.

Iets verlaat komt er een knots van een auto aanrijden. Het stel stapt uit en… ik zie een jong stel, net even in dertig, schat ik. Laat ik ze Marieke en Carlos noemen. Beide goed, netjes gekleed. Het zijn hoogopgeleide mensen. Hij advocaat. Zij werkzaam in de psychiatrie.
Mijn eerste indruk? Hmmmmm…. leuk stel, maar meer een stel wat je vaker op de boulevard van Scheveningen ziet. Of op Denneweg in Den Haag, een straat met allemaal leuke restaurantjes, “The place to be”, dus tja, hoe zeg je dat? Een yuppenstel ? Ja… en dat wil natuurbeleving? Goed, ik zie wel. Ik ga er open in.

Praten en luisteren
Wat volgt is toch een bijzondere aangename middag met twee jonge mensen die vol overgave naar mij luisteren.
Ik vertel met passie over mijn kudde, over mijn hond, over Midden-Delfland, over de leider van de kudde. Over de groepen die ik bij de kudde ontvang, over autistische kinderen, over mensen die ernstig ziek zijn en hun troost en toch ook hun kracht vinden bij de kudde.

Na een uurtje neem ik een “break”. Ik ga op enige afstand van het stel, gewoon even lekker in het gras zitten. Hond Kita naast mij. De meeste schapen zoeken iets verder een bosje op, waar ze heerlijk hun vacht kunnen schuren tegen de bomen. “Nog een weekje en dan gaat de jas uit” denk ik. “Het wordt warmer, het wordt tijd dat ze geschoren worden.”

Marieke zit ook verderop in het gras en maakt foto’s van de dieren, met een prachtige achtergrond van de weilanden en de diverse bomen. Carlos is iets doorgelopen en staat midden in de kudde. Hij beweegt niet kijkt enkel maar, de schapen staan grazend en schurend om hem heen.

En?
Marieke: “Kom even lekker zitten joh…”
Carlos: “Nee, ik blijf hier even staan, ik wil dit voelen…”
En zo blijft Carlos, minuten, minuten lang, op delfde plaats gewoon staan… om zich heen kijkend…
Marieke maakt nog meer foto’s…
Ik aai mijn hond….
Carlos kijkt enkel om zich heen, naar de schapen…

En zo is een ieder even een tijdje met zijn eigen gedachtes bij…….?
Ja, wat is het, waarbij…? De natuur? De stilte? De rust? De schoonheid van het landschap? Of de stilte, de stilte waarin je heel bewust de vele geluiden van de dieren hoort?
De kievit, het lammetje, een opvliegende fazant, de kikkers…
Ik heb geen vooropgezet plan, ik heb geen draaiboek, we hebben ook niets van te voren overlegd, maar dit voelt gewoon goed…

Weer terug
Na enige tijd sta ik op en we gaan weer verder op pad met de kudde.
Ik leer Marieke om met de leider op kop te gaan lopen en we lopen over de Woudweg naar de boerderij. Het einde van de “natuurbeleving” is daar.
Het stel bedankt mij en vertelt mij dat deze middag ze meer gebracht heeft dan ze gedacht hadden. Het heeft ze rust gegeven maar ook inspiratie!
En heel informatie, ze wisten niet dat er zoveel mogelijkheden waren bij een kudde.

Ze vragen mij of ze over een maand of twee, als ik er voor open sta, nog een keer mee mogen lopen, maar dan in stilte…
Even schrik ik… “Heb ik te veel gepraat? Had ik mijn mond meer moeten houden?”
Snel geeft Carlos een korte uitleg. “Als je met elkaar afspreekt om een stuk te wandelen en dan niet te praten dan ervaar je de wandeling heel anders dan als je in gesprek bent met elkaar, wij doen dat wel eens als we in een park lopen. Maar hier is er zoveel meer rust. Ik zou dat wel eens willen ervaren.”
“Ik laat het even bezinken en ik kom er op terug,” zeg ik en we nemen hartelijk afscheid.

Stilte?
Er gaat een dag overheen, ik maak een wandeling, alleen, met mijn honden in de duinen. Ik denk ineens aan een vriend van mij die een week lang in een klooster heeft gezeten, het was een stilteweek.
Hij kwam als een ander mens weer terug in de maatschappij.
Diezelfde avond zit ik achter de computer en zoek op Google: “stilte weekend in klooster”

En waarachtig…
Een scala aan sites worden tevoorschijn getoverd.
Stilte-retraite-bezinning-spirualiteit-mediatie………
Wat een aanbod! Ook nog even naar de prijzen gekeken…
Zo heeee…. Ik heb mijn hele leven geld verdiend, door heel, heel veel te praten… maar zo kan het dus ook.
Een klein ondernemer-stemmetje in mijn hoofd zegt: “Zou dit niet iets heel verfrissend/vernieuwend kunnen zijn? En ik denk aan nieuwe teksten…

“Wees stil en laat enkel de schapen spreken”
“Ervaar de kudde in stilte”
“Gehaastheid slaat om in stilte voor jezelf bij de schapen”
Of misschien wel:
“Kom in stilte tot jezelf en ervaar de kracht van de schaapskudde”

Als ik acht gegadigden heb, dan ga ik het organiseren……. In stilte.

Ik stop als herder, als…

Het is de koudste Pinksteren sinds 80 jaar. Ik ga op pad met de kudde om 8.00 uur, het is amper 7 graden. Het zal een rustige zondag worden, denk ik; met deze kou zullen de mensen wel naar IKEA gaan en de polder mijden.
Rond 9.30 uur doe ik mijn eerste bakkie bij de schapen. Ik zie enkele mountainbikers voorbij flitsen en verder is het stil in de polder. Ik zit op mijn krukkie met een “bakkie” en ik mijmer. Mijmeren, dat heb ik moeten leren… “Vroeger” moest alles sneller… Er was een probleem… snel over nadenken… beslissing nemen… en hup door… volgende zaak…

Mijmeren
Lang nadenken… een beetje dagdromen… mijn gedachten de vrije loop laten… overwegen…
Ik heb de hele dag de tijd, ben alleen, dus wat maakt het uit hoelang ik er over doe. Meestal doe ik dat in stilte, maar soms mijmer ik hardop, ik vertel dan mijn honden Spyk en Kita wat mijn overwegingen op dat moment zijn.
Ik tuur over het water van de Zweth en praat zachtjes tegen de honden: “Is dit nu een brede sloot of een smalle vaart? Wanneer spreekt men nu van “sloot” en wanneer van “vaart”? En wanneer is het nu een rivier?”
Kita kijkt mij aan en haar ogen zeggen mij: “Lekker boeiend, baas” en Spyk heeft al he-le-maal niets met dit geneuzel en is al driftig aan het graven op zoek naar een mol of muis.

Slootjes
“Als ze het er nu gewoon bij zetten, dan is het makkelijk,” denk ik. “Wij hebben in het Westland de Wennetjessloot, dat is makkelijk dan weet je direct, dat het een sloot is. Neem nu de Bonkevaart, iedereen weet dat de Bonke een vaart is… in Friesland…
De Bonkevaart! Misschien wel de bekendste vaart van Nederland. Aan het eind van deze vaart is de finish van de …ELFSTEDENTOCHT!
Holy schapenkeutels… de Bonkevaart, wat een naam! Wat een herinnering!

Elfstedentocht
Mijn gedachten gaan terug naar 1986, naar 26 februari. Dertig jaar geleden! De dag van de veertiende Elfstedentocht. Ik weet het nog als de dag van gisteren. De hele dag zat ik voor de televisie. De ELFSTEDENTOCHT… de Tocht der Tochten.

Om 4.30 uur was ik er uit en zat ik al voor de televisie. De wedstrijdrijders staan achter grote stalen hekken, het is een kooi, ze willen eruit, maar… ze moeten wachten tot 5 uur, je ziet de spanning, je hoort de spanning en je proeft bijna de spanning van deze sportmensen… en dan is het zover!
Het startschot, de hekken gaan open en ze rennen, ze rennen, ze rennen met hun schaatsen in hun handen naar de oever.
Trekken daar op een bankje hun schaatsen aan, hun schoenen achterlatend, maken ze de eerste bewegingen op het ijs, zwaaien haastig nog even naar het publiek en… verdwijnen in het donker.

Bijna 15.000 schaatsers hebben een kruisje behaald. Allemaal Kanjers, maar de meesten zijn nu verdwenen in de vergetelheid. Ja, we hebben het nog wel eens over een zekere W.A. van Buren, hij heeft de Tocht volbracht, werd nog opgewacht door zijn moeder.

De Media heeft er veel aandacht aanbesteed. En moeder Bea was trots op haar zoon. Ik snap dat wel… mijn moeder kwam ook wel eens kijken als ik een marathon liep. Maar voor mij hoeft al die aandacht niet perse. Van Buren is een kanjer, hij heeft hem uitgereden, maar is niet meer of minder dan de andere 15.000 kanjers die ook een kruisje behaald hebben.

Winnaars
Er steken er maar twee boven uit en dat zijn:
Evert van Benthem, voor de tweede keer werd hij de winnaar van de Elfstedentocht. Hij was de snelste in een prachtige tijd van 6.55 uur. Niet veel later kwam de eerste vrouw over de finish op de Bonkevaart.
En Tineke Dijkshoorn. Tineke was de eerste, de snelste vrouw van de 862 gestarte vrouwen. En… Tineke kwam uit onze streek, ze woont nog steeds in Schipluiden. Ik vond het ge-wel-dig! Ik besloot dat als ik deze twee winnaars tegen zou komen dat ik dan om een handtekening zou vragen. Op zich is dat voor mij vreemd, want ik heb nog nooit aan iemand een handtekening gevraagd.

Enfin, het is er nooit van gekomen, we zijn nu 30 jaar verder… Evert is gaan boeren in Canada en Tineke woont in Schipluiden. Ik rijd elke week als ik naar de schapen ga door Schipluiden, maar ben haar nog nooit tegengekomen. Na 30 min “mijmeren” zijn zowel de honden, als de schapen het zat en ik zie dat ze op pad gaan. Ik klap mijn krukkie in, pak mijn herdersstaf en kuier achter de kudde aan.

Pinksteren
De koude eerste Pinksterdag verloopt als elke koude dag… weinig tot geen gesprekken… Stilte…Natuur… Het samen zijn met mijn honden, kortom… Genieten! En aan het einde van de dag zet ik de schapen achter de netten op de nachtwei.
Pinksteren… Een Christelijk feest. Men viert de dag waarop de Heilige Geest verscheen aan de achtergebleven apostelen…

Op het moment dat ik de schapen op de nachtwei zet zie ik aan de overkant van het water twee dames die foto’s nemen van de kudde. Dat gebeurt vaak en ik schenk er geen aandacht aan. Ik controleer nogmaals de netten en sta op het punt om met mijn honden naar mijn auto te lopen. De dames zijn inmiddels “omgelopen” en komen nog even bij mij om een praatje te maken. De dames zijn, schat ik, begin in de zestig.

Ontmoeting
Mevrouw 1: “Wat een prachtig plaatje, de kudde zo op het weiland.”
Ik: “Ja, mevrouw, het blijft bijzonder, zo’n grote kudde, hier in Midden-Delfland.”
Mevrouw 2: “Ja herder, ik moet je nog steeds een keer bellen, want mijn dochter vertelde mij vorig jaar dat ik een keer mee mocht lopen met de kudde…”
Ik: “Help mij even, want ik doe veel toezeggingen.”
Mevrouw 2: “Vorig jaar heb je een kinderpartijtje voor mijn dochter en kleinkind georganiseerd en toen heb je tegen mijn dochter gezegd, dat ik een keer mee mag lopen, want dat is al jaren een grote wens van mij… ik ben Tineke Dijkshoorn.”
Ik: “Uit Schipluiden??”
Mevrouw 2: “Ja, dat klopt”

“Holy schapenkeutels,” denk ik, “Niet de heilige geest is neergedaald in Midden Delfland, maar, maar…. Tineke Dijkshoorn, de winnares van de Elfstedentocht van 1986!
Het is 30 jaar geleden en nu, nu verschijnt zij voor mijn aangezicht!”

Even overweeg ik om acuut een handtekening te vragen maar ik antwoord enkel: “Dat is prima joh, bel mij effe de komende weken en dan maken we vóór de zomer een afspraak.”
We nemen afscheid en ik kijk de dames na.
30 jaar!! wat een tijd…

Later
Ik kijk Kita aan en zeg tegen haar: “Nou Evert nog!”
Kita schudt moe haar kop en zegt wijselijk niets…
Ik mijmer verder…
Evert boert in Canada… maar komt zeker als hij klaar is weer terug naar Nederland, denk ik…
Ik heb 30 jaar gewacht op Tineke, kan best nog wel 30 jaar wachten op Evert… dan ben ik… ehhh… 92… dat is dan toch wel een mooie leeftijd om te stoppen als herder…

Ik kijk er naar uit…
Alle twee op een krukkie met een “bakkie”, kijkend over de Zweth.
Evert pratend over zijn koeien…
En ik pratend over mijn schapen…

Ja, ik ben eruit!
Ik stop als herder, als… ik 92 ben.
Jammer dat Spyk en Kita dat waarschijnlijk niet mee zullen maken.

Kita en een hele jonge Spyk, foto: Jeannemieke Hectors